Mobiliteit - Duurzaam Kaag en Braassem

DUURZAAMHEIDSPLATFORM
KAAG EN BRAASSEM
Ga naar de inhoud

Mobiliteit

Wat is duurzame mobiliteit?
Het goederen- en personenvervoer zijn in Nederland samen verantwoordelijk voor 24% van de totale uitstoot van CO2, exclusief internationale scheepvaart en luchtvaart. Daarnaast veroorzaakt de sector veel uitstoot van fijnstof, NOx, is er overlast door geluid en stank en veel ruimtebeslag in de vorm van wegen en parkeerplaatsen.
Ook in onze gemeente Kaag en Braassem staan wij voor een gezamenlijke uitdaging om op een meer verantwoorde wijze met onze mobiliteit om te gaan. Mede door de landelijke ligging leggen we dagelijks vele kilometers af. Elke kilometer die niet fietsend of lopend wordt afgelegd maar per bus, auto, motor of bromfiets draagt extra bij aan de hoeveelheid koolstofdioxide die wordt uitgestoten. Maar verplaatsingen hoeven niet per se milieuvervuilend, ongezond en geldverslindend te zijn. Er zijn vele goede alternatieven voor van verplaatsing en gelukkig kan een verantwoorde vorm van mobiliteit ook heel verleidelijk en aantrekkelijk zijn!
Duurzame mobiliteit vereist een grondig herstructureren van het volledige mobiliteitssysteem. Technologische veranderingen kunnen ons een eindje op weg helpen. Er komen (kleinere) auto’s met zuinige motoren en minder tot geen schadelijke brandstoffen. Daarnaast willen we meer bewustwording. Iedereen moet vaker overwegen of als men een gemotoriseerd vervoermiddel moet gebruiken of de verplaatsing echt noodzakelijk is. Bij het op een duurzame manier vormgeven van onze verplaatsing hoort namelijk ook het verminderen van mobiliteit. Helaas wordt de keuze voor een bepaald vervoermiddel vaak routinematig en zonder afweging gemaakt en is dan niet altijd functioneel en efficiënt.
Een ander belangrijke component van een duurzame mobiliteit bestaat uit een modale shift: minder auto, maar meer openbaar vervoer, fietsen en wandelen (andere mobiliteit). Voor wie meer wil bewegen, is er alle reden om je voortaan te voet of per fiets te verplaatsen. Bijna iedereen kan, door zich voornamelijk te voet of met de fiets te verplaatsen, tegelijkertijd aan zijn conditie en gezondheid werken. Daarnaast geeft fietsen je vaak de mogelijkheid om via een kortere weg je bestemming te bereiken. Het overstappen na nieuwe vervoersmiddelen die geheel gebruik maken van duurzame energiebronnen als wind, zon, verantwoorde biomassa is de uitdaging voor nu en de toekomst.
Op de lange termijn verwacht Urgenda (http://www.urgenda.nl/visie/visie-2050/) dat we naar een nieuw en duurzamer vervoerssysteem zullen evolueren. Een hybride systeem: een kruising van openbaar en individueel vervoer.
Een vorm van individueel vervoer is mogelijk in de vorm van zelfsturende modules of ‘wagentjes’, die individueel gebruikt kunnen worden in dunbevolkte gebieden of op minder drukke tijden. In de spits en op grotere en drukkere wegen worden deze zelfstandige en zelfsturende modules aan elkaar gekoppeld.  Dan vormen die ‘wagentjes’ een soort treintjes, die niet onderling botsen en minder ruimte in beslag nemen, doordat ze direct aan elkaar gekoppeld kunnen worden en minder loze tussenruimtes kennen. Ook Google werkt aan auto’s zonder bestuurders.
Het nieuwe werken en mobiliteit
Voor Het nieuwe Werken is er het programma Innovatief mobiliteitsmanagement en de Mobiliteitsvouchers. De ICT-component ligt hier in het faciliteren van thuiswerkmogelijkheden, videoconferenties, nieuwe manieren van samenwerken en het mogelijk maken van dit soort initiatieven binnen (kleine) organisaties. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is ook betrokken bij proeftuinen voor elektrisch rijden en neemt deel aan het formule-e team, waar het ministerie van I&M alle activiteiten rond elektrisch rijden coördineert. De ICT-componenten zitten in het aanleggen van smartgrids om de energievoorziening mogelijk maken, het toegankelijk maken en betalen voor de energie, het snel en betrouwbaar laden, en lokale opwekking van de benodigde energie, alsmede de mogelijkheid van tijdelijke opslag en teruglevering middels accu’s van elektrische voertuigen.
In Kaag en Braassem willen we ons op de volgende zaken richten om mobiliteit duurzamer te maken en bij te dragen aan een energieneutraal Kaag en Braassem in 2040:
Stip op de horizon - jaarlijks (gemiddeld rond 5% per jaar) minder voertuigen met een verbrandingsmotor in Kaag en Braassem. Zodat in 2040 bijna geen duurzame voertuigen meer rondrijden in Kaag en Braassem. Dit willen we realiseren door:
Stimuleren van elektrische voertuigen door plaatsing van laadpalen op strategische plekken in combinatie met het verstrekken van (parkeer) vergunningen voor houders van volledig elektrische voertuigen.
De mogelijkheid van het gebruiken van bestaande lantaarnpalen als oplaadpunt.
Stimuleren van elektrische boten op onze plassen door plaatsing van laadpalen in diverse havens.
Alle gemeentelijke voertuigen worden op termijn elektrisch, of seriële hybride voertuigen met een waterstof brandstofcel.
Openbaar vervoer verbeteren (en inzetten op prijsverlaging).
Fietsen stimuleren door verbetering infrastructuur. Laadpunten voor e-bikes en verbeteren stallingsmogelijkheden bij o.a. winkels, scholen en bushaltes.
Terugdringen (eigen) autobezit door diverse regelingen.
Terugdringen van (buiten)boordmotoren op fossiele brandstoffen in boten middels het z.s.m. verbieden van twee-tact motoren en het op termijn (2025) verbieden van alle motoren met fossiele brandstoffen, te beginnen in de polderwateren.
Het ontwikkelen en stimuleren van Mobility as a Service concepten, waarbij ook lokale bewoners in toenemende mate met elkaar in contact zijn omtrent de mogelijkheden tot het met elkaar meerijden of vervoerd worden. Hiertoe zal in samenwerking met de Gemeente worden onderzocht of er tot een dekkend WiFi of LoRaWan netwerk kan worden gekomen ter ondersteuning hiervan.

Leidsch Dagblad, 23-11-16
Proefrijden in waterstofauto op voormalig
vliegkamp Valkenburg
Door Roza van der Veer bollenstreek@leidschdagblad.nl - 22-11-2016

Foto Taco van der Eb
Een superzuinige auto van de Technische Universiteit Twente wordt getest.
VALKENBURG - ,,Voet op de rem houden en voorzichtig los laten.’’ Alexander Hablé geeft als
een volleerd rijinstructeur aanwijzingen terwijl de witte Hyundai zonder geluid langzaam
wegrijdt over het asfalt van het voormalige marinevliegkamp Valkenburg.
Nagestaard door een groep mannen rijd ik een rondje over de startbanen. Op het stuk asfalt
zonder publiek trap ik het gaspedaal even flink in. De wagen schiet vooruit maar het in Britse
televisieprogramma Topgear zo bewonderde motorgebulder, blijft achterwege.
Hablé is directeur klimaat, lucht en geluid van het Ministerie van Milieu én lid van het
Nationaal Waterstof Platform. Hij heeft een van de 28 Nederlandse auto’s die op waterstof
rijden, voor een testrondje meegenomen naar Katwijk.
In de kofferbak ligt een forse tank met vijf liter waterstof. Hiermee kan de auto ruim 500
kilometer rijden. Kostprijs vijftig euro. Een groot nadeel heeft het rijden op waterstof nog
wel. Alleen in Rhoon en in Helmond kan de tank worden volgeladen.
Ondanks het gebrek aan vulpunten was er gistermiddag in Katwijk veel belangstelling voor
het rijden op waterstof. Niet alleen de testauto’s maar het op mierenzuur rijdende miniautootje
van Team Fast van de TU Eindhoven, het superzuinige wagentje van het Green
Team van de TU Twente en de alleen digitaal aanwezige raceauto ForzeH2 van de TU Delft,
stonden in de spotlights tijdens de bijeenkomst die door de Omgevingsdienst West-Holland
en het Platform Schoon op Weg was georganiseerd. Doel was het promoten van schoon
autorijden.
Volgens de recente klimaatakkoorden wil de rijksoverheid naar een reductie van 70 tot 80
procent CO2-uitstoot. Om dat te bereiken, zijn meerdere wegen naar Rome te begaan, aldus
directeur Hablé. Het rijden op waterstof is daar één van.
Aangezogen lucht
Als waterstof wordt opgewekt met schone energie (wind of zon) is het een schone
brandstof. De uitstoot van een waterstofauto bestaat uit water dat uit de aangezogen lucht
wordt gehaald. Hablé: ,,Het is nu een kip en ei kwestie. We willen in 2020 tweeduizend
waterstofauto’s hebben en twintig vulpunten. In 2025 tot 2030 moeten alle bussen
emissievrij zijn en dus zijn er meer vulpunten nodig. Maar daarvoor heb je meer
waterstofauto’s nodig.’’
Daar zitten ook John van der Laan en David Wielkens met taxibedrijven uit Nieuwkoop en
Leiderdorp op te wachten. Ze willen graag overstappen op waterstofauto’s maar die moeten
wel goedkoper worden én er moet in de buurt kunnen worden getankt.
Datzelfde geldt voor Chris Verplancke van het Stadsparkeerplan Leiden. ,,Liever vandaag dan
morgen’’, meldt hij. ,,We rijden al op groen gas waar waterstof wordt bijgemengd. We willen
graag een eigen vulpunt voor waterstof maar nu is het gewoon nog te duur.’’ De
Leiderdorpse wethouder Olaf McDaniel is blij met de positieve instelling van de
ondernemers. ,,Als gemeente vragen wij ons af of wij moeten inzetten op meer elektrische
laadpalen langs de weg of voor de waterstoftechniek. Wij gaan zeker praten met het
bedrijfsleven want we vervullen graag de rol van matchmaker.’’
Wanneer de gewone automobilist overstapt, is nog even afwachten. Hablé denkt aan 2,5 tot
3 miljoen auto’s tussen 2030 en 2050. Of dat lukt, hangt af van de tankplekken maar wat mij
betreft, ook nog van iets anders. De waterstoftank in de achterbak neemt nu de plek in waar
normaal mijn boodschappenkratje staat. Pas als dat is opgelost, komt voor mij de
waterstofauto in beeld.
info@duurzaamheidsplatformkaagenbraassem.nl
kbduurzaam@gmail.com
Terug naar de inhoud